De diagnose patellofemoraal pijnsyndroom wordt in klinische zin gekenmerkt door pijn in het voorste kniecompartiment zonder
dat het patellofemorale gewrichtskraakbeen duidelijke pathologie vertoont. De aanduiding ‘anterior knee pain’ wordt ook veel
gebruikt. Vaak wordt nog ten onrechte gesproken van chondropathia patellae of retropatellaire chondropathie. Het gebruik van
verschillende termen is waarschijnlijk gerelateerd aan het feit dat ‘dergelijke’ knieschijfklachten veelal door (para)medici
als lastig beschouwd worden. Mogelijk speelt het ontbreken van een evident pathologisch-anatomisch substraat een rol. De behandeling
van het patellofemoraal pijnsyndroom past echter bij uitstek in een functionele sportgeneeskundige visie op overbelastingsklachten.
Het is de kunst om bij elke patiënt met patellofemorale pijn de anamnese en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek samen
te smeden tot een logisch geheel van diagnose, etiologische factoren en behandelplan.